St. Jean Pied de Port – Belorado

Het verhaal gaat over de pelgrimsweg naar Santiago de Compostela. Het betreft het traject van St. Jean Pied de Port in Frankrijk tot en met Santiago de Compostela in Galicië. De hoofdpersonen in het verhaal zijn Nolly, Leo, Jean, Henk en Louk. Het verhaal hierover wordt verteld door een neutrale verteller maar regelmatig komen ook Nolly en Louk aan het woord. Het hele traject bedraagt ca. 800 km. Merkwaardigerwijze is het in dit verhaal in drie etappes uitgevoerd. Te beginnen met de laatste. Dat zegt dan al veel over het karakter van onze helden.

Om praktische redenen word het verhaal verteld in de geografische volgorde. Dat is dus niet gelijk aan de chronologische volgorde. Hetgeen door de lezer hopelijk vergeven wordt.

De eerste etappe liep Louk alleen vanaf St. Jean Pied de Port tot Pamplona, waar Jean zich bij hem voegde. Louk stopte in Belorado.

De tweede etappe van Belorado naar Leon liepen Henk en Louk. Henk liep door tot Santiago.

De laatste etappe van Leon naar Santiago liepen Nolly en Louk.

De reden van deze gemengde samenstelling was gelegen dat Nolly eerder met haar broer Leo het stuk van St. Jean Pied de Port tot Leon had gelopen. Daarom maakte zij haar Camino compleet door met Louk het resterende stuk te lopen. Daar volgde de bijzondere ontmoeting met Jean. Dat leidde tot een vriendschap die op zich weer aanleiding gaf tot diverse volgende Camino’s in de daaropvolgende jaren. Een van die tochten werd hier de tweede etappe. Jean wilde enkele dames begeleiden op de Camino en dat bood Louk gelegenheid om het stuk dat hij gemist had, alsnog te doen. Maar dat liep anders, zoals onze lezers later zullen kunnen vaststellen. De tocht werd door Louk onderbroken in Belorado. Het jaar daarop liep hij samen met Henk het nog ontbrekende stuk.

Ruta Loukullus Inleiding.

Vrienden van de Camino, reeds was er al langer sprake dat er een Camino in het verschiet lag. Inderdaad wordt dat voornemen omgezet naar daad. Het aanstaande avontuur is: “Ruta Loukullus” gedoopt. Vrij vertaald betekent dat “De weg van Loucky lekkerbek”. Het accent is hier wel wat, terecht of onterecht, komen te liggen op gastronomie. Dat is wel wat afgelegen van de spirituele context van de Camino.

Echter lekker eten is in Spanje niet te ontgaan, omdat de keuken daar uitermate smakelijk is. Dus hier is een goede bijkomstigheid aanwezig om het camineren nog extra aangenaam te doen zijn.

Het gaat beginnen op vier september aanstaande. Eerst een lange treinreis naar St. Jean Pied de Port. Vlakbij de grens tussen Spanje en Frankrijk, aan de voet van de Pyreneeën. Vandaar moet er een verschrikkelijk stuk worden geklommen om vervolgens nog steiler vervaarlijk te dalen. Best wel een weing zinvolle actie als je het op afstand bekijkt. Het uiteindelijke rendement is dat je een stukje bent verplaatst op de aardkloot. In het onderhavige geval betreft het een verplaatsing naar Roncesvalles. De plek waar ridder Roeland in de pan werd gehakt door recalcitrante Basken. Zo’n 1235 jaar geleden. Louk zal wat pannen betreft meer interesse hebben voor de pan van een locale kok. Voor de inhoud dan tenminste.

Wat bijzonder is dat hij dit keer op stap gaat zonder Nolly. Zij heeft dit traject al een keer gelopen met haar broer Leo. En zij ziet het niet zitten om het stuk nog eens te zien. Menigeen vraagt zich zorgelijk af of dat wel goed zal gaan. Is Louk in no-time terug? Maakt hij het weer heel bont op de Camino.? Zelf houdt hij de mogelijkheid van spirituele bevliegingen open. Met zelfs een hypothetische toetreding tot een klooster. Waarschijnlijk is deze optie voortgekomen uit evidente weldoorvoedheid van menig Spaans kloosterling.

Zijn alleen zijn is maar van korte duur. In Pamplona of Puente la Reina zal hij zijn vriend Jean treffen. Jean is zeer hoffelijk persoon en niet ongevoelig voor vrouwelijke charmes. Hij is immers fransman, nietwaar? Hij kent een jonge dame die over een flinke hoeveelheid charme moet beschikken. En die dame heeft Jean er toe overgehaald om met haar moeder en een vriendin daarvan te gaan camineren. Beide dames wonen op Caribische eilanden en Jean heeft ze nog nooit ontmoet. Een soort tropische verrassing in de vorm van een dubbele blind-date. Dat kan meevallen maar ook andersom. Jean wil de dames op weg helpen. Als het hem bevalt, zal hij doorgaan naar Santiago. Zo niet dan zal hij de dames wijzen waar het westen is en zal hij zelf oostwaarts keren.

Een niet nader te noemen vrouwspersoon heeft de situatie inmiddels al gekenschetst als: “Jean avec son deux poules”. Bij deze menagerie is Louk dus van plan zich aan te sluiten. Wel met de bedoeling om ook veel contact te hebben met andere peregrinos. Het kan vermakelijk worden.

  Ruta Loukullus Dag 1.          St. Jean Pied de Port – Orisson – 8 km.

Toen Louk in Bayonne op 4 september uit de trein stapte zag hij op en nabij het station al verschillende pelgrims lopen of rondhangen. Je kon gelijk een onderscheid maken tussen de onzeker schuifelende typetjes en de genoegzaam op terrasjes verblijvenden. De laatsten hadden zo goed als zeker de Camino volbracht en waren op de terugreis.

Één onzeker typetje, die later Gernot bleek te heten, keek wat schuins naar Louk maar het ontbrak hem aan de moed nader contact te zoeken. Wel kwam hij in het boemeltreintje naar St. Jean Pied de Port tegenover Louk te zitten. Hij sprak Engels met een sterk Duits accent. Iets wat bij zijn landslieden vaak voorkomt. Later bleek dat hij vijf talen vloeiend sprak, overigens wel met bovengenoemd accent. Het gesprek kwam op gang met een Canadees koppel. Eind jaren zestig en pas met pensioen. Een grote reis zou het voor hen worden. Iets waarop zij zich al enkele jaren hadden voorbereid.

Verder zat er een dame die sprekend op Sylvia Tóth leek. Zij zat hardnekkig te zwijgen hetgeen de indruk wekte dat zij werkelijk Sylvia was, maar ditmaal incognito wilde blijven. Dagen later bleek dat het een Franse hittepetit was die zich bij voorkeur omringde met jonge vrouwen. Nu was dat iets dat Gernot en Louk ook wel wilden. Vandaar dat er sprake moet zijn geweest van een vooringebouwde competitiviteit. Dat verklaart haar zwijgzaamheid ten dele. Zij heet Genevievre, hetgeen Louk er toe aanspoorde haar af en toe met Genievre aan te spreken. Geen gevoel voor humor, tenminste als je van humor kan spreken.

In St. Jean stapten ongeveer 40 pelgrims uit de trein. Het had iets weg van beelden uit de donkere oorlogsdagen, als mensen noodgedwongen met schamele bezittingen op trek gingen. Het was nog schemerig ook, het liep tegen acht uur.

In de ‘Albergue l’Esprit de la Chemin’ was het een gezellige drukte. De herbergvader, Klaas, gebood om gelijk aan te schuiven aan de avonddis. Tomatensoep daarna jambalaya en yoghurt na. Allerlei nationaliteiten doch overwegend fransen. Na het eten kon Louk nog net op tijd zijn credential en instructies ontvangen voor de grote tocht over de berg Lepoeter en de pas van Ibañeta. Omdat het weer goed zou zijn werd groen licht gegeven voor de oversteek.

En zo ging het ook de volgende dag. Omdat de tocht 26 km lang is en eerst 1200 meter stijgt om dan weer 500 meter te dalen, besloot Louk om de herberg op één derde van de afstand maar wel na het zwaarst stijgende stuk te kiezen om te overnachten. Dat was maar acht km. Maar wel een pittige tocht. Het ging steeds harder waaien, hoe hoger je kwam.

Onderweg waren vele voorbijgangers. Ervaren lezers weten dat Louk niet een van de snelste lopers is omdat hij alles zo’n beetje loopt te fotograferen. Van die voorbijgangers was er één over wie wij vaker zullen gaan horen. Dat was Anne uit Bielefeld. Een gezellige bolronde dame met een uitermate vriendelijk lachend gezicht omlijst met spierwitte haren. Ze had het moeilijk vanwege haar gewicht maar stapte gemotiveerd door. Eigenlijk zou zij met haar man gaan lopen maar die stiekemerd had achter haar rug een en ander zonder haar geregeld met een vriend. Die was al weer thuis, vandaar dat zij alsnog alleen ging. Zij is een echte lieverd en Louk had gelijk hekel aan mijnheer Anne.

Rond half twaalf was de herberg ‘Orisson’ bereikt. Maar de slaapvertrekken betreden, ho maar!

De uitbater had er belang bij dat er door ieder een warme lunch werd genuttigd. Daarom moest je wachten tot ieder had besteld en was uitgegeten. Intussen werden er ook royaal wijntjes geserveerd. Overigens heerlijke wijntjes. Dat maakte de stemming al wat losser en zo kwamen Gisella, Theo en Justus in de picture. Allen alleen lopers maar intussen al verbroederd. Gisella een enorm gevoelige en warme persoonlijkheid met veel gevoel voor humor. Waarschijnlijk omdat ze uit Hamburg kwam.

Theo een heel vrolijke man die enorm plezier beleefde aan wat er zo rondom hem plaatsvond. Wellicht had dat te doen met het feit dat hij uit de voormalige DDR stamde. Justus was héél Pruisisch. Hij kwam uit Berlijn en wist alles beter dan de anderen. Daarbij had hij tevens de onhebbelijkheid om zijn wijsheid luidkeels te verkondigen. Waarschijnlijk heeft een en ander iets te maken met zijn naam. Hij was heel gestrest. Die morgen had hij opgehouden met roken. Hij meende dan ook stellig dat in zijn omgeving niet meer gerookt diende te worden. Dat was niet zo moeilijk omdat in Frankrijk ook een algemeen rookverbod op publieke plaatsen van kracht is. Maar buiten een sigaretje genieten vond Justus ook onoorbaar. Hij vertelde dat hij die zelfde dag was gestopt met roken en zijn laatste pakje aan een andere pelgrim had weggegeven. Louk vond het onkies om op die wijze de gezondheid van een andere pelgrim te bruuskeren. Dat is toch schade berokkenen aan de medemens?

Justus kon de redenering niet erg volgen. Als rechtgeaarde Pruis wilde hij daar niets meer over horen. Dat zei hij dan ook terwijl hij gretig knauwde op nicotine kauwgommetjes. Hij vond Louk niet leuk en Louk hem ook niet.

Het was inmiddels ongeveer half drie toen er een jonge pelgrim kwam binnenlopen. Hij droeg een oranje T-shirt. “Ik weet zeker dat dat ook een Nederlander is” zei Justus. Het kon Louk worst wezen. “Waar kom je vandaan?” “Uit Poland” zei de jonge man. Justus was euforisch “zie je wel uit Holland, heb ik het niet gezegd?”

Groot was de teleurstelling dat de vergissing maar op één letter berustte. Nu was die Poolse jongen, Markusz of zo iets, wel heel bijzonder. Hij dronk een flinke pils en pakte zijn spullen weer in. Ik ga maar weer eens, zei hij. Dat is nog minstens vijf uur lopen en dan loop je straks in het donker. Ik loop heel vlug hoor en ik zal voor zeven uur al in Roncesvalles binnen zijn. Hij wilde nog wel kwijt dat heel veel buitenlanders de vergissing maakte die Justus zoeven deed. Holland verwarren met Poland, puh!

En weg was hij. Hij liep inderdaad richting berg.

Rond de klok van drie mochten wij naar onze kamers. Drie stapelbedden per kamer. Drie Franse dames, Gisella en uitgerekend Justus deelden de ruimte. Ieder ging een dutje doen. Dat was tengevolge van de wandeling maar ook direct stond dat in verband met de hoeveelheid vrolijk geconsumeerde wijntjes.

Na het dutje stond het avondeten al klaar. Hier waren nog Franse tijden van toepassing. Dus het tijdstip was nog niet heel laat.

Het was Baskisch gekruid. Dat wil zeggen met een basis van Provençaalse kruiden en daarbij flink wat peper en een vleugje basilicum en mint. Lekkere groentesoep en dito lamsvlees met witte bonen en spekjes. Het toetje was ook weer yoghurt. Alles voorzien van water en rode lokale wijn. Na dit eten was het bedtijd. Justus bleek een fanatiek snurker. In de nacht braken helse regenbuien los. Dat gaf wel zorg voor de dag van morgen. 

Ruta Loukullus Dag 2.           Orisson – Roncesvalles – 17 km.

De volgende morgen was er nog wel regen maar een stuk minder en de lucht gloorde hier en daar helder. De storm was inmiddels verdwenen. Bij het ontbijt nam Louk koffie zonder melk. Dat had hij gedaan indachtig het doorgaans slappe karakter van Franse ochtendkoffie. Aan tafel aangekomen kreeg hij gelijk commentaar van Justus “koffie zonder melk, dat kan toch niet waar zijn”. Louk stelde dat er mensen bestaan die waren opgehouden met roken, zo konden er ook mensen bestaan die waren opgehouden met melk drinken. Justus keek zwart als de koffie maar Theo vond het een geweldig leuk antwoord. Gisella lachte gelukzalig en knikte Louk instemmend toe. Kennelijk had hij bij haar een gevoelige snaar geraakt. In Hamburg kom je waarschijnlijk ook Pruisen tegen.

Na het gezellige ontbijt moest ieder zich gereed maken voor de grote tocht in de miezerige regen. Het was uitgesproken weer voor de ponchodracht. Na net de herberg verlaten te hebben stond Louk wat te fotograferen toen er een man en vrouw kwamen aanlopen. Er werd een praatje gemaakt en wederzijds gemixt gefotografeerd. Dat is fotograferen van mensen met hun eigen camera. Zo kom men er zeker van zijn ook foto’s van zich zelf, geplaatst in de verrukkelijke scene, mee naar huis kon nemen. Dit was een koppel. Ursula, een mooie melancholisch kijkende en dito sprekende vrouw. Die had in haar leven eigenlijk wel wat voor de kiezen gekregen. Ondermeer was ze getrouwd geweest met een Fransman en daarom leefde ze nog steeds in de Elzas. In de nabijheid van haar volwassen kinderen.

Het spreekt voor zich dat Louk dit verdriet nimmer aan Jean zou melden. Ursula was Duits van oorsprong en sprak bij voorkeur geen Frans. Dat moet je in de Elzas toch doen? Vroeg Louk. Maar Ursula vertelde dat ze in de Elzas, althans in haar omgeving, maling aan Frans hadden en bij voorkeur Duits spraken. Haar wandelpartner is ook haar levenspartner. Hij heet Peter en hij is ook Duits. Gezien zijn accent moet hij uit een heel bergachtige streek zijn voortgekomen. Hij straalde een geringe mate van eigenwaarde uit. Zo’n man die vaak in de hoek zit waar de klappen vallen. Hij had pretoogjes en regelmatig kwam hij met heel humoristische opmerkingen. Samen waren ze een koppel dat gelukkig was met de gevonden gelaten vrede in hun gezamenlijk leven. Intussen klaarde de lucht verder en kon men al omhoog gaand genieten van het schitterende indrukwekkende landschap.

Omdat ieder in eigen tempo loopt en men soms ook even stil staat, kom je regelmatig verschillende mensen tegen. Van overal van de wereld. Bij een merkteken dat met het asfalt moest verlaten om over de keien verder te lopen gewaarde Louk in de verte een enorm grote vrouw die kennelijk het merkteken had gemist. Dat was wel raar want op talloze manieren was duidelijk aangegeven dat men naar rechts moest. Louk deed dat dan ook en ging het stevig stijgend met keien overdonderde talud omhoog. Na deze klim zag hij tot zijn verbazing de grote vrouw in zijn kielzog. “Ik zag niemand meer voor mij lopen”, zo verklaarde zij haar tijdelijke dwaling. Welnu, deze vrouw is Christa. Haar wandelsnelheid was opmerkelijk evenredig aan haar omvang. Een open goedgeaard gezicht, maar pas op, met haar moest je niet de kachel proberen aan te maken. Dan zou je wel een met Wagneriaanse krachten te maken kunnen krijgen. Louk kreeg het beeld van een Walküre op vakantie.

Bijna helemaal bovenaangekomen ontmoetten Louk en Nick uit York elkaar. Op die plek stond een bouwval die ooit als bescherming voor pelgrims was gebruikt. Nu een volslagen ruïne. Nick wist te vertellen dat Markusz, je weet wel onze Poolse jongen, daar de nacht had doorgebracht. Een dwaas en held tegelijkertijd.

Schitterende landschappen en luchten beeldden zich op onze netvliezen. Evenzo vele pelgrims. Vriendelijke mensen, extravagante mensen en echte runners. Vaak jong met kleine rugzakjes en met een enorme haast. Ze renden je stampend voorbij en er kwam meestal geen groet vanaf.

Na het hoogste punt ga je vanzelfsprekend omlaag. Je mocht kiezen voor een route voor ervarene en voor minder ervarene pelgrims. Inmiddels hadden Christa, Gernot en Louk een trio gevormd. Als wandelend wel te verstaan. Men herinnerde zich de waarschuwing van eergisteren beneden bij de toeristen informatie om niet de gevaarlijke afdaling voor ervarene te kiezen. De andere optie was al enerverend genoeg. Op een gegeven moment kwamen zij bij een monument dat bij de Pas van Ikabeña was geplaatst om ridder Roeland te gedenken die hier in 778 was gesneuveld. Louk was stomverbaasd. Vorig jaar had hij dit terrein per auto verkend en toen leek dit monument op ijselingwekkende hoogte te liggen. Nu, na de afdaling leek het een niemendalletje.

Uitrustend bij het monument luchtte Christa haar gemoed. Eergisteravond in de herberg had iemand haar handdoek gestolen. Dat zat haar hoog, en met haar de anderen ook. Ze had weliswaar van de hopitalera een vervangende handdoek gekregen. Maar dat compenseerde niet haar teleurstelling. “Dat die man of vrouw onderweg verschrikkelijke blaren mag oplopen” was haar verzuchting. Louk had goed ingezien dat met haar niet te spotten viel. Hij vond het raadzaam mee te delen in haar gram. “Dat het zelfs bloedblaren mogen worden” zo wenste hij. Hij weet niet wat voor mechanisme er achter stak, maar door die opmerking was hij onmiddellijk opgenomen in een warm plekje in de harten van Christa en Gernot. Zeker toen hij nog versterkende anekdotes van zijn vorige Camino’s wist aan te halen.

Weldra erna kwamen zij in Roncesvalles aan. Een enorm klooster met wat hotels en restaurants en een enorm grote stenen stal zonder ramen, dat bleek de herberg te zijn. Het klooster ging pas om vier uur open voor het inboeken van de pelgrims en het stempelen der credentials.

Dus op zoek naar een terras, al zoekende werd Louk aangesproken door een lange aristocratische man met een doorgroefd gebruind gezicht en met een zwarte baret daarbovenop.

Hij sprak “leuk weer eens een Nederlander hier te hebben”. “Hoe weet je dat ik dat ben?”. “Dat is op een kilometer afstand al aan je accent te horen”. Louk was not amused maar de man leek hem toch wel aardig. Bovendien kon je door de opmerking al begrijpen dat hij hier niet de eerste de beste was. Inderdaad hij was de dienstdoende hospitalero, samen met zijn vrouw en een ander Nederlands koppel. Wij werden welkom geheten in de stal met 120 slaapplaatsen in één ruimte.

Het lawaai zou erg meevallen vanwege de grootte van de zaal en de hoogte van het plafond. Dit zou later inderdaad waar blijken te zijn.

Op een terras troffen zij vele pelgrims maar ook Anne, Gisella, Justus, Peter, Theo en Ursula. Het was intussen lekker weer en na zo’n stevige stap en tevens psychische overwinning is het goed koud gerstenat te nuttigen. Jammer wel dat Justus begon te katten op het gewicht van de rugzak van Louk.

Deze pareerde met de opmerking dat het gewicht van een rugzak recht evenredig placht te zijn aan de geestkracht van de drager ervan. Tot overmaat begonnen Justus en Theo, hoe kan het ook anders, er op aan te dringen dat wij naar de pelgrimsmis moeten om vijf uur. Net als je lekker op een terras zit en de kaartjes voor de herberg en het restaurant al op zak hebt. De dames drukten zich onmiddellijk en Gernot en Louk ten slotte ook.

De beide mannen voerden hun plan uit. Na de mis informeerde Theo of het aureool rond zijn hoofd al duidelijk waarneembaar was geworden.

Bij het klooster stonden twee merkwaardig uitgeruste dames van ongeveer tweede helft vijftig jaar heel onbeholpen te doen. Zij spraken Louk aan, tenminste dat probeerden zij. Twee woorden Duits en verder een onbegrijpelijke taal. De dames waren zeer vervuld van zelfvertrouwen en zij vonden Louk maar een soort stommeling. Uiteindelijk kwam het er uit dat zij uit Magyarzorsag afkomstig waren. Wellicht spraken zij een beetje Russisch. Louk herinnerde zich dat Theo in de DDR had geleefd. Een beetje Russisch zou Theo toch wel machtig zijn? En jawel weldra was Theo opgespoord en kon hij zijn aureool in de praktijk toetsen. Hij stuurde Louk weg want hij kon het alleen wel met de dames af. Hij hielp de dames tot ook zij een plaats in de grote stal hadden verworven. Daarna wilden de Hongarinnen niets meer van hem weten. Ook Louk was vanaf toen lucht voor hen. Zij hulden zich in veelkleurige draperieën en gingen voort om in het dorp te lopen mooi te zijn.

In het restaurant werd in drie ploegen gegeten. Zeven, acht en negen uur. Voor maar negen euro kreeg je eerst een flink bord macaroni toen een prima forel met voor Spanje uitmuntende frites. Ook hier was het toetje yoghurt. Drinken volop en goed. Gernot bestelde een extra fles wijn en die was ook bij de prijs inbegrepen.

Onder de stal waren perfecte voorzieningen op het gebied van sanitair, internet, koken en andere vormen van vrijetijdsbesteding. De zaal was inmiddels helemaal volgelopen met mensen.

Het snurken viel inderdaad erg mee al sliep Louk naast een Spaanse vrouw die enorm snurkte. Helaas was dat te dichtbij om van het ruimte-effect te kunnen profiteren.

Ruta Loukullus Dag 3.           Roncesvalles – Zumiri – 22 km.

Het wekken was wel heel bijzonder. Onvoorstelbaar hard werd om zeven uur de Nederlandse smartlap over Manuela afgespeeld. Wat een draak en wat een ellende op de vroege ochtend. De hospitalero vertelde dat er een Manuela in de zaal had geslapen en die was bovendien ook nog jarig. Louk kon een en ander niet plaatsen. Wie neemt nu zulke muziek mee als je hospitalero in Spanje gaat spelen? Wat zijn het voor mensen die dat doen?

Zonder ontbijt gingen Gernot en Louk op stap. Twee dorpjes verder was een uitspanning waar ontbeten kon worden. Dat deden zij en intussen werden hun gesprekken persoonlijker. Gernots hartstocht in het leven bestond uit tuinieren. In het bijzonder het kweken van tomaten. Hij had wel 20 soorten. Allen voor consumptie. Louk is niet gek op tuinieren maar wel op tomaten. Dus de band tussen beide mannen groeide gestaag.

In het dorp daarna kwamen zij Justus en Theo tegen. Theo was lelijk gewond aan zijn hand en arm. Bovendien lag zijn bril in stukken. Hij had een gootje niet gezien en was daarin gestruikeld.

Ondanks zijn aureool en goede daden jegens de Hongarinnen was hij letterlijk in de goot beland.

In dat zelfde dorp kon je de eerste voortekenen waarnemen van wat later een vast ritueel zou worden. De dames Anne, Gisella, Christa en Ursula begonnen Louk te omhelzen. Omdat ieder zwaar bepakt was en de dames, met uitzondering van Ursula, nogal flinke afmetingen hadden had zo’n tafereel wel wat weg van sumoworstelen. Ursula wist in de loop der dagen daar steeds kleine kusjes in de nek tussen te moffelen. In de dagen die volgde werd dit ritueel vaker en vaker herhaald, ook tijdens het elkaar tegenkomen bij het wandelen. Dat was eigenlijk wel een extra inspanning aan het worden voor Louk die dergelijke knuffels niet gewend was en niet begreep waar hij dat aan verdiende.

Bij het klooster en bij de slaapschuur was al aangekondigd dat de herberg in de volgende pleisterplaats, Larasoaña, gesloten was wegens een aldaar plaatsvindende fiësta. Dat betekende of verder lopen of eerder stoppen. Het kwam er op neer dat in het plaatsje Zumiri alle reguliere slaapplaatsen waren bezet toen onze vrienden er aan kwamen. Het werd hun aangeraden om voor de gemeenteherberg te gaan zitten wachten op de dingen die gebeuren zouden. En ja hoor om vijf uur werd er een sporthal opengedaan waar matrassen op de rond lagen. Dat was eigenlijk wel luxe als je de beschikbare ruimte vergeleek met de ruimte in de reguliere herberg.

Gisella wist veel van het menselijk lichaam en stelde voor om elkaar ‘Gegenseitig’ te gaan masseren. Louk onttrok zich aan dit voorstel omdat hij de gevolgen vreesde als Nolly daarvan zou vernemen. Bovendien dacht hij, als hij de lichaamsafmetingen in ogenschouw nam, dat het een ongelijke wedstrijd zou gaan worden. Toen Gisella Ursula onder handen nam schreeuwde zij, Ursula dus, het uit. Maar daarna gaf zij te kennen geweldig verlicht te zijn in haar pijnen. Aangezien Louk door de eerder genoemde zware rugzak zijn rugspieren danig ervoer liet hij Gisella toe zijn rug te masseren. Dat werd een soort kruising van een pak slaag en het kneed werk van een warme bakker. Alles tot groot vermaak van een aantal Spaanse dames aan de overkant in de zaal. Die dachten dat dit een Germaans folkloristische gebeurtenis moet voorstellen. Maar het werkte heel heilzaam! Uit dankbaarheid bood hij Gisella een drankje aan in de lokale bar en restaurant.

Op weg naar het restaurant schoven de Hongarinnen weer voorbij richting slaaphal. Hun verschijning bracht plots een buitengewone reactie bij Gernot teweeg. Hij verliet de groep en rende achter de dames aan. Een tikkeltje verliefd leek het wel. Ursula wist te melden dat Gernot en de dames een rendez-vous hadden gehad. De dames hadden Gernot bramen aangeboden. Deze was daardoor tot smeltens toe vertederd geworden. Dat verklaarde zijn haast om de dames te volgen.

Het restaurant was propvol. Maar door de beperkte doch voldoende effectieve beheersing van de Spaanse taal wist Louk toch voor negen personen een maaltijd te reserveren. Zijn prestige steeg enorm onder de aanwezigen. Gernot was inmiddels weer teruggekomen maar hij leek bedrukt en nam een deemoedige houding aan. Hij trakteerde en gaf een onwaarschijnlijk grote fooi aan de barbaas. Die was daar stomverbaasd over, maar het leidde wel tot veel promptere bediening. Wellicht had Gernot iets te verwerken.

Er werd intussen flink geconsumeerd in afwachting van de maaltijd. De stemming steeg behoorlijk en weldra zaten de heren met een drietal Catalaanse schonen te filosoferen over het onrecht dat Catalonië moet dragen onder het juk van een genadeloos Madrid.

De barman werkte zich tot zwetens toe. Hij leek overigens sprekend op Brutus de opponent van Popeye de zeeman. Alleen hij zag er veel zachtaardiger uit. Op een zeker moment vroeg Gisella of Louk appelsap wilde bestellen. Hij vroeg keurig om zumo de manzana. Dat heb ik niet, zei Brutus. Louk gaf niet op. Ik heb wel manzanilla, dus kleine appeltjes dacht Louk. Hij was intussen wat minder precies geworden. Doe maar voor twee dames. Helaas het bleek kamillethee te betreffen. Het werd sportief door de dames genuttigd. Evenals de maaltijd die rijk was en met liefde toebereid. Toen ze naar de herberg gingen was het al na tien uur en was het licht in de sporthal al uit. Best lastig om je in die toestand in je slaapzak te wurmen.

Ruta Loukullus Dag 4.           Zumiri – Pamplona – 22 km.

Het weer was de volgende morgen voortreffelijk. Ontbijtje met elkaar in het zelfde restaurant als tevoren. Toch ging ieder wel op eigen gelegenheid op pad. Er was in het dorp een klein winkeltje open. Louk kocht wat noodrantsoen. Zijn gewoonte getrouw betekende dat gelijk weer bijna een kilo extra gewicht. Dat zal niet gezeten hebben in de rol wc papier die hij kocht. Een pak van vier rollen koste bij deze ondernemer twee euro. Één rol pers stuk was één euro.

Ook in Zumiri weet men het marktmechanisme te begrijpen en toe te passen.

De weg was bijna volledig in de natuur en het weer werd steeds mooier. Inmiddels was de groep weer compleet en liep gezamenlijk op richting Pamplona.

Tijdens een rustpauze schoven de Hongarinnen weer voorbij. Kijk daar gaan je vriendinnen zei Louk tegen Gernot. Deze mompelde wat en keek strak voor zich uit. “Ik wilde je er alleen opmerkzaam op maken”, zei Louk. “Dank je wel” was het antwoord terwijl hij ernstig voor zich uit bleef kijken. Welke geheimen draagt zo’n ontmoeting op de Camino met zich mede?

Voor Pamplona stonden de Hongarinnen bij een brug ieder op te wachten en spraken honderd uit, in het Hongaars overigens. Ze hadden een gids bij zich welke van uitzonderlijk goede kwaliteit was en ook nog in het Hongaars. Zij wilden weten waar de herberg was. Welnu, als je de brug over gaat dan staat daar een oud gebouw, een voormalig klooster de Trinadad de Arre, dat is tevens de herberg. Het woord klooster scheen Gernot te inspireren tot de verzuchting “Dat ze er voorgoed mogen blijven.” Nu is het zeker denkbaar dat deze wens werd verhoord, want de Hongarinnen zijn sindsdien nimmer meer waargenomen.

IMG_0078

Op een gegeven ogenblik kwamen de diverse publicaties over de Camino ter sprake. Men hoorde de opmerking dat de scribenten over het algemeen allerlei bijverschijnselen zoals ontmoetingen, eten, drinken, pijn in de voeten, blaren en vermoeidheid aandacht geven. Minder aandacht wordt gegeven aan het wandelen op de Camino op zich. Een criticus had gemeld dat de Camino op een kroegentocht lijkt, waarbij de kroegen ver uit elkaar liggen.

Welnu, het lopen op de Camino is het herhaaldelijk verplaatsen van de voeten op het daartoe aangewezen pad of wegdek. Over de gehele Camino zij dat ongeveer 1,4 miljoen stappen. Als je daar over gaat schrijven wordt het wel een héél saai verhaal. Stel je voor dat je meer dan een miljoen keer stap, stap, stap etc. moet lezen! Zouden de critici dat nu echt willen?

Na het verlaten van de Hongarinnen ontstond er enige weerbarstigheid in de groep. De weg was lang en enkelen lazen in hun Führer dat men allang in Pamplona had moeten zijn. Men gehoorzaamde Louk niet meer blindelings. “Hij weet het toch” zei een der dames. “Hij heeft ons ook kamillethee aangesmeerd als zijnde appelsap” zei weer een ander.

Aangekomen bij de Puenta Magdelena was de orde en discipline weer hersteld. Toen moest er afscheid worden genomen, want Louk zou zich in Pamplona over twee dagen gaan verenigen met Jean en twee gasten van hem uit het Caribische gebied. De anderen zouden verder trekken.

Het afscheid was innig en klemvast. De groep ging naar herberg Paderborn, waar Anne overigens sponsor van was. De voetbalclub van Paderborn wel te verstaan. Louk ging de stad in op zoek naar een private overnachtinggelegenheid.

Het voelde aan alsof een leegte was ontstaan. Hoe in een paar dagen op de Camino mensen onder elkaar al zo’n band kunnen krijgen!

Nu wilde het gelukkige toeval dat het hostal van Louk in de Calle San Nicolás lag Vlak bij de Plaza del Castillo. Een nog gelukkiger toeval was het dat op dat plein allen elkaar weer troffen. Natuurlijk gelijk weer beetpakken en liefdevol knijpen. Met blijdschap overigens. De groep had niet in Paderborn een plaats kunnen vinden wegens volledig bezet. Ze hadden een aangenaam pension gevonden.

De groep had inmiddels al gegeten en was nu aan het drinken. Louk had al gedronken en moest nog eten. Dat is best verenigbaar. De vreugde werd helemaal groot toen Louk het geheim van de Sol y Sombra verklapte. Ieder wilde proeven en deed dat dan ook. De heren wilden wel nog eentje Daarna hadden zij wellicht nog meer gewild, maar de ober wees resoluut op het feit dat het terras leeg en ontruimd was. Het afscheid was wederom heftig.

Ruta Loukullus Dag 5.           Pamplona – Pamplona.

De vorige dag was het heel mooi weer geweest, maar liefst 27° in de namiddag! Maar deze dag was miezerig begonnen. Dat was, qua beleving, onmiddellijk over toen onze kameraden elkaar wederom in de stad troffen. Christa wilde wat spullen naar huis terugsturen en de anderen wilden wel op haar wachten. Dan zouden ze gezamenlijk naar Cizor Menor spoeden per autobus om vandaar naar Uterga te gaan lopen. Louk ging ze bij de bus uitzwaaien en bleef daarna eenzaam achter.

Nu is Pamplona een schitterende stad. Zo kon hij tijd nemen ervan te genieten. Het indrukwekkende citadel dat in opdracht van de beminnelijke Philips II was gebouwd met als voorbeeld de citadel van Antwerpen. Verder regelde hij zijn Spaanse mobiele telefoonaansluiting. Alles in afwachting van Jean en zijn dames. Hij bereidde zich mentaal op de ontmoeting voor.

Stilletjes denkend aan zachte melkchocolade bruine huidjes met hagelwitte parelende lach en een vrije en speelse en humorvolle instelling. Jean speelde een duidelijk minder nadrukkelijke rol bij deze mijmeringen. Hij was aan het dagdromen, de stumper.

Hij schoot pas in de avond wakker, in een restaurant waar hij een solomillo de buey zat te eten. Dat heeft in wezen niets met het Italiaanse solo mio te maken. Maar toch was het idee wel een beetje verenigbaar. Niet ver van hem zaten twee Françaises, kennelijk pelgrims, ontzettend plezier te hebben. Hun gelach ging door merg en been tot op het stuitende af. Louk was blij dat hij niet met dit soort vrouwspersonen op pad zou hoeven gaan. Zijn dagdroom bood een veel aangenamer vooruitzicht.

Ruta Loukullus Dag 6.           Pamplona – Cizor Menor.

Inmiddels had Louk kennis kunnen nemen van wat eigenaardigheden van deze stad. Met San Fermin rennen mannen met de stieren door de straten van de stad en dat heeft de naam Encierro. De straat waar ze ook door rennen heet toepasselijk Estafetta. De grote poppen die door de straten gaan heten toepasselijk Gigantes en de kleinere varianten die de kinderen lopen klieren en te pesten heten Kilikis.

De afspraak was vier uur in de middag dus kwam Jean pas om vijf uur afzakken. Zijn mobiel was niet actief en mede daardoor was Louk al wat nerveus geworden. Maar daar was hij dan toch.

Hij had de dames die ochtend in Pau van het vliegveld gehaald en was door de lunch wat verlaat. De dames waren er niet bij want die moesten eerst een apotheek aandoen. Jean wist al te melden dat de dames hele radicale opvattingen hadden over slavenhandel, uitbuiting, misbruik en dergelijke. Het is waar dat 90% van de bevolking van hun eilanden uit nakomelingen van voormalige slaven uit Afrika bestaat. De slavernij werd overigens in 1848 door de Fransen afgeschaft. Jean klonk noch vrolijk noch hoopvol.

Weldra kwamen de dames aangelopen en wilden op het terras gefêteerd worden op lekkers. Hun huidjes waren inderdaad melkchocolade bruin. Maar hun uitstraling nodigde niet uit om het te onderzoeken op zachtheid. Ze heten Dominique en Vivienne. De een midden vijftig en de ander midden zestig. Beiden al lang gescheiden maar wel in het bezit van volwassen kinderen en verdere nakomelingen. Om redenen van privacy zullen wij ze navolgend niet met hun eigen naam benoemen. Aldus stellen wij voor: Dominanta uit Martinique en Vivami uit Guadeloupe!

Allen togen met de auto van Jean naar Cizor Menor. De hopitalera aldaar moet een Franse achtergrond hebben gehad want ze sprak beter Frans dan Spaans. Ze had een aristocratisch allure en was heel vriendelijk. Het pand was enorm en de tuin nog meer. Palmbomen, terrasjes, zithoekjes, een vijver met schildpadden die zaten te loeren of de tenen in de alom gedragen sandalen mogelijk lekkere hapjes konden vormen. De kamers waren netjes en je sliep met 16 personen in stapelbedden. De dames beklaagden zich over het feit dat dames en heren gemengd in een ruimte moesten slapen. Eveneens was er geen twijfel dat Jean en Louk op de bovenste bedden dienden te slapen. Wel een beetje in de buurt om de veiligheid van Dominanta en Vivami in het oog te kunnen houden.

Het avondeten verliep redelijk. Niet in onbelangrijke mate vanwege het feit dat men elkaar nog wat moest afstasten. Wat opviel was dat de dames vrees hadden voor toevoegsels aan het eten. Zo beetje als Stalin die dacht dat iedereen hem wilde vergiftigen. Vivami was het ergste. De Soep was trop salé en werd niet gegeten. De vis kon er net mee door en werd met lange tanden half opgegeten. Het nagerecht was trop sucré en werd teruggestuurd. Louk nam een sinasappel na en dat vond mevrouw ook trop sucré.

De conversatie met elkaar was beperkt omdat de dames alleen Frans spraken. Frans van een soort waar Jean wel mee uit de voeten kon maar waar Louk garen van kon spinnen. Dat zou verder zo blijven en dat zou leiden tot een zekere en onafwendbare contactarmte bij Louk.

De slaapruimte bevatte die nacht bekwame en enthousiaste snurkers.

Ruta Loukullus Dag 7.           Cizor Menor – Puente la Reina – 21 km.

De volgende morgen haalden de dames hun rugzakken tevoorschijn. Dominanta had een enorm grote opblaasbare rugzak maar wist dat niet en deed hem onopgeblazen op haar rug. Dat was een raar beeld, maar daar kon je geen grapjes over maken. Vivami had een klein rugzakje waarvan ze nooit had geweten dat die ook heupbanden bevatte. Die zaten op de rug gekruist. Na de ontdekking ervan ging men op pad. Nu kan je van alles beweren over de voorbereiding der dames, maar over hun karakter valt niets af te dingen. Stevig doorlopen voortdurend informatie uitwisselend en nimmer klagend. Althans niet over pijntjes en vermoeienissen. Dat informatie uitwisselen vond Jean weer niet leuk. “Ik kan ze verstaan” zei hij jaloers naar Louk kijkend. Dus hier is de geinverteerde Wet van Johan Cruijff toepasselijk! De weg steeg hevig en voortdurend opwaarts naar de Alto de Perdón. Een schitterend landschap!

Voor de wandelpuristen onder onze lezers nog even dit; stap…..stap…. puffff….stap ..etc.

Boven op de berg was een bekende sculptuur in ijzer van een colonne pelgrims. Louk moest even met spijt aan zijn Duitse vrienden denken. Het was er heel druk omdat ieder wel van het uitzicht wilde genieten en tegelijk wat uitrusten van de inspanning. De weg omlaag was vol gemene keien en het vorderde maar langzaam. Jean had het even te kwaad. Er werd even een bijkompauze ingelast. De dames waren in geen velden of wegen te bekennen. Enige uren verder kwamen zij elkaar weer tegen. Jean was aangebrand omdat de dames niet af en toe hadden verzameld. Voor het eerst sprak Jean vermanende woorden. De misten hun doel niet want voortaan waren zij daarna zelden lange tijd uiteen. In Puente la Reina was onder een groot congrescentrum een moderne pelgrimsherberg ondergebracht. Het was er comfortabel en je kreeg er een heel goed menu. Als entree een goed buffet als hoofdgerecht een enorm stuk zalm in roomsaus met wederom voor Spaanse begrippen uitstekend frites. Nagerecht vers fruit. Wat overigens Vivami er toe bracht om vast te stellen dat dat trop sucré was.

Daarna naar bed. Slapen lukte niet zo goed omdat in een kamer verderop een man en een vrouw heel romantisch zaten te praten. Spanjaarden kennen nauwelijks privacy omdat ze zo hard praten.

De man initiatiefrijk en dominant de vrouw toegevend en bevestigend. Onbegrijpelijk dat ze er tot tien uur ’s avonds zoveel decibellen tegenaan gooien.

Ruta Loukullus Dag 8.           Puente la Reina – Estella – 21 km.

De herberg lag nogal ver vóór de stad, zodat zich pas vandaag de mogelijkheid voordeed er doorheen te lopen en het te bezichtigen. Klein eigenlijk maar de brug is beeldschoon. Daar blijft men foto’s van maken. Daarna gaat men weer het platteland op. In dit gebied is duidelijk qua welstand erg achtergebleven. Men ziet overwegend aardappelteelt en hier en daar verlaten industrieën. Het landschap is niet al te geprofileerd en er is weinig boomgroei. Het is maar goed dat de zon niet zo hard schijnt. Aan het eind van de middag betrekt het zelfs. De Camino slingert zich rondom de autovia. Uiteindelijk komen onze pelgrims bij de herberg van Estella. Ze boeken zich in en ze krijgen de stempels op de credentials. Toen ze naar de slaapzaal gingen en daar binnen kwamen kregen de dames een enorme walging van het op elkaar gepakt zijn van de stapelbedden die daar stonden. Ongelijk hadden ze niet, maar het past een pelgrim niet te eisen. In plaats daarvan dient men dankbaar te aanvaarden wat men op de weg vindt. Ze keerden om en eisten hun geld terug en verlangden nu in een hotel te overnachten. Zo gezegd zo gedaan en aldus belandden zij in Pensión Cristina. Ondanks de mooie naam is Estella geen aantrekkelijke stad. Je kunt er wel lekker eten.

De dames hadden besloten geen gemeenschappelijke huishouding te voeren. “Dan moet ik steeds boekhouden en daar heb ik geen zin in”, vond Dominanta. Nu moet je weten dat zij van beroep boekhouder is, dus het is op zich geen onredelijk standpunt. Omdat er geen opties bleken was het niet anders dan te zijn dan ieder voor zich. Vandaar dat ieder, ook met het eten, zijn eigen gang ging. Louk koos voor magrait de canard met druiven in een heerlijke bruine saus, slastronkjes met ansjovis en spagettini. Een verrukkelijke combinatie waarnaar door de anderen afgunstig werd gekeken terwijl zij op een pizzaatje zaten te kluiven. Lekker puh.

Die avond belde Peter dat de Duitse vrienden hadden besloten om een dag in Los Arcos te wachten met de bedoeling om met elkaar te herenigen. Alleen Gernot en Christa konden zich dat wachten niet veroorloven en die zouden verdergaan.

Ruta Loukullus Dag 9.           Estella – Los Arcos – 22 km.

Louk camino 4Mooi weer en dus gingen onze vrienden met goede moed op weg. Niet ver van Estella ligt Irache. Daar is een bekend klooster maar daar ligt de niet minder bekende wijnbron. Dat is natuurlijk net als de slijter geen echte bron. Het is een roestvrijstalen wand met twee tapkranen. De een tapt water en de ander rode wijn. Je moet niet vergeten dat dit Navarra is. De Bodegas Irache heeft deze primeur. De dames doken onmiddellijk naar de wijn en het was aandoenlijk te zien hoe Jean slechts water tapte. Louk tapte niets, en dat is voor de mensen die hem kennen haast niet te geloven. Enfin, ook deze dag was mooi en niet te warm weer. Praktisch uitsluitend lopen door de natuur en maar door één dorp met de mooie naam Villamayor de Monjardin. In Los Arcos werden onze pelgrims gast bij de Oostenrijkse herberg. Omdat er veel volk was moesten zij op zolder op losse matrassen slapen. De dames vonden dat beneden hun stand en huurden samen een kamer bij de zelfde Oostenrijkers. Jean en Louk sliepen die nacht met, of beter gezegd in de nabijheid, van twee jonge spontane en praatgrage Japanse dames. Dat was uit het oogpunt van gezelschap, net als een frisse douche.

Het stadje was op zich stil, maar het wemelde wel van de pelgrims. Bovendien was er maar één restaurant open. Dat is helemaal geen reden voor paniek. Net als bij het slapen komt er altijd en hoe dan ook een oplossing. Dat gold dan bij wijze van uitzondering niet voor de Japanner en de Belg over wie wij onderweg memorial monumenten zagen wegens hun overlijden ter plekke.

Als aanzet voor het avondmaal ging onze groep terug naar de herberg. Zowaar troffen zij daar de Duitse vrienden aan! Gelijk beklonken ze de hereniging met vreugde en wijn. En passent sloot zich ook nog een Oostenrijks koppel aan. De wijn vloeide royaal en de stemming was idem dito. Op een gegeven ogenblik schoof Jean aan aan de gelagtafel. Maar dat duurde niet lang, want hij voelde zich ongemakkelijk omdat hij geen Duits spreekt. Dominanta en Vivami hadden zich verschanst in hun private kamer. De vrienden gingen door met het vieren van de hereniging tot het etenstijd was. Toen gingen Jean en de dames ook mee naar het restaurant. Het was weer heerlijk eten in een geweldige ambiance. Er was natuurlijk de gebruikelijke Spaanse drukte maar er was enige overdrijving in de vorm van een Canadese peregrina die qua stemvolume de Spanjaarden ruimschoots overtrof. Haar lichaamsvolume was ongeveer drie maal nominaal. Dus reken maar uit wat daar voor herrie uitkwam! Je eten smaakte daardoor minder. Toen iemand aan de dame vroeg om wat te dimmen, schikte zij zich enigszins mokkend daarnaar. Toen smaakte de asperges met mayonaise en de vleesspies met frites en de meloen na helemaal goed.

Ruta Loukullus Dag 10.         Los Arcos – Viana – 19 km.

Nu hebben Dominanta, Vivami, Jean en Louk ondermeer één ding gemeen, zij zijn langslapers. Algemeen is het bekend dat Duitsers omgekeerd zéér vroege vogels zijn. Vaak tot ergernis van Jean. Vooral al er om half zeven al lieden hun spullen aan het pakken zijn en dan ook nog met enige luidruchtigheid. Jean placht dan over ‘die Pantzerbrigade’ te spreken en dat door hem mild onvriendelijk bedoeld. Dus toen onze hoofdfiguren die ochtend de herberg uitrolden waren de Duitse vrienden al gevlogen. Buiten Louk vond niemand dat jammer. Het was duidelijk dat er geen monsterverbond zou gaan ontstaan. Louk moest daar niet lang over nadenken en besloot te kiezen voor zijn vriend Jean. De dames die weliswaar nul komma nul bijdroegen aan enige vorm van saamhorigheid of gezelligheid moeten dan maar op de koop toe genomen worden, zij dat laatste contre coeur.

Die dag zou dat al getoetst gaan worden. Rond lunchtijd moeten Fransen c.q. Franstaligen altijd lunchen, liefst warm. Nu spraken de dames geen woord Spaans. Liever deden zij zelf het woord dan zich te laten representeren door blanken, die bovendien ook nog van het mannelijk geslacht waren. Deze middag bestelden de dames iets van wat zij dachten een pastaschotel met tomaat te zijn. Quod non. Het waren twee in een grote hoeveelheid olie drijvende gebakken eieren met tomaat en met brood. Dat was helemaal de bedoeling niet. Begerig keken zij naar de borden van Jean en van Louk. Jean had een vorstelijke ensalate mixta en Louk had gebakken eieren zonder olie. Dominanta vroeg Jean onbeschaamd of hij van bord wilde ruilen. Jean reageerde op een manier die je zou kunnen omschrijven als een die het midden heeft tussen een gentleman en een oude dwaas. Hij ruilde zijn bord!!. Louk hoopte dat hij ook zo’n vraag zou krijgen want dan kon hij reageren als een boze kabouter. Maar Vivami koos eieren van haar eigen geld. Bij de afrekening stond een post van € 1,50 aan brood. Dominanta weigerde daar in mee te delen omdat ze bij haar ensalate geen brood had gebruikt. Louk kreeg naast moordneigingen ook een sterke heimwee naar zijn Duitse sibbe. Zo was hij het gaan voelen.

Zowaar werd hij op zijn wenken bediend. Vlak voor Viana kwamen de beide groepen weer samen. De Oostenrijkers die al eerder meededen waren Edit en Sigi uit Tirol. Ook heel aardig en spontaan. Nu had Louk in eerste instantie niet goed geluisterd. Volgens sommigen komt dat wel vaker voor. Wat er toe leidde dat hij dacht dat de man Sisi heette en dat woord ook herhaaldelijk gebruikte. Edith legde geduldig uit dat haar man Siegfried heet, maar dat ze dat heldhaftige ervan wat wilde afzwakken door er Sigi van te maken Nu was Sisi eigenlijk weer een beetje veel van het goede. Siegfried heeft een ruim hart en alles kwam weer in het reine. Wel grappig dat na Gernot nu weer een nibelungenfiguur ten tonele komt.

Zij kwamen gezamenlijk in Viana aan. In de stad was fiësta. Afgesloten stukken een geïmproviseerde arena op het hoofdplein. In een tent stond een orkest met zangeres verschrikkelijk veel geluid te produceren. De parochiale herberg lag aan dat zelfde plein. Dan kan je op je vingers natellen dat het die hele nacht ongelofelijk zal gaan spoken. Vandaar dat Jean en Louk niet in deze herberg wilden. Los van het feit dat parochiale herbergen vaak Spartaans zijn. De Duitse vrienden besloten toch voor deze herberg te kiezen en trokken er in. De anderen trokken verder.

De gemeentelijke herberg maar ook de nabijgelegen (bijna) parador waren door zware hekwerken afgesloten en daardoor niet toegankelijk. Menig pelgrim moest wachten. Toen gebeurde het dat er stieren werden losgelaten in de straat. De huizen, restaurants, bars, etc. hadden open deuren die met zware stalen of houten hekwerken waren afgesloten. Daarachter stonden de mensen de dieren op te fokken. Bij de genoemde hekken stonde jonge mannen de dieren te naar hun toe te lokken om vervolgens het hek op te vluchten. En een lol dat ze hadden! Van ergens een eerste etage gooide iemand een plastic bierglas met inhoud en al op een de stieren. Verderop in de geïmproviseerde arena was het propvol. Jonge mannen tergden de stier en sprongen dan met een polsstok er overheen. Het zag er niet professioneel uit, dus een ongeluk was helemaal niet uitgesloten. Na enige tijd verdwenen de stieren en dingen de hekken open. De beesten hadden wel uit wraak aanzienlijke hoeveelheden excrement achtergelaten. Je moest dus wel behoedzaam lopen.

Jean en Louk gingen samen wat drinken om de situatie bespreken. Ook Jean had de lol in onze reisgenotes verloren. Hij wilde er wel mee stoppen maar moest er rekening mee houden dat Dominanta een kennis was van zijn vrouw, van Maria dus. Maar Maria zat in de Alpen te mediteren en was niet bereikbaar voor raadpleging. Daarom werd afgesproken met opgeheven hoofd verder te gaan en vol te houden. Daarna ging Louk in de stad op zoek naar zijn andere vrienden. Helaas vergeefs. Wel kon hij vaststellen dat deze stad bijzonder aantrekkelijk is.

In de herberg waren de stapelbedden driehoog. In de kamer stonden er drie zodat er 9 mensen konden slapen. Het waren er acht onder wie de stentora uit Canada. Ze was nu heel stil. Zelfs tijdens de nachtrust. Jean en Louk lagen in de middelste bedden.

Ruta Loukullus Dag 11.         Viana via Logroño naar Nájera.

Omdat de wand van de kamer naar de gang open was ging het er de volgende morgen weer zeer vroeg luidruchtig aan toe. Dat leidde er toe dat onze pelgrims weer heel laat waren en maar besloten niet te gaan lopen en de bus te pakken. Laten zij nu bij de bushalte Anne tegenkomen die wegens voetklachten een dagje vrij had genomen. Dat was nog even gezellig. In Logroño ging ieder zijns weegs. Onze groep besloot collectief naar de kapper te gaan. Een luxe behandeling waar je in je vaderland niet van durft te dromen.

Later op de dag met de bus naar Nájera. Dat betekende voor Louk een definitief afscheid met zijn vrienden, althans voor deze Camino. Busreizen zijn weinig interessant om over te schrijven. Vandaar dat er niet over geschreven wordt. De herberg in Nájera was standaard overvol. Er was een jonge man uit Columbia die naar Australië was geëmigreerd. Hij had bijzonder veel pijn bij het lopen maar had ook een remedie daartegen. Omdat hij heel intensief aan meditatie had gedaan in zijn leven was hij in staat om zich heel intensief op zijn pijn te concentreren en deze daarmee weg te drukken. Heel apart.

Onze pelgrims waren bij dat ze in het geheel geen pijn hadden, hooguit moe.

Maar wat minder prettig was dat ook hier fiësta was en dat een geluidsinstallatie tegenover de herberg stond proef te draaien op een manier die het ergste voor die nacht deed vermoeden. Bovendien was er ook nog vuurwerk aangekondigd. De matrassen waren zo dun dat je er de latten van het bed doorheen voelde prikken. Als je het ergste verwacht dan kan het tenslotte alleen maar meevallen. En zo was het ook. Na een heerlijke maaltijd naar bed en de volgende morgen een stuk verkwikter wakker dan aanvankelijk verwacht.

Ruta Loukullus Dag 12.         Nájera – Santo Domingo de Calzada – 21km.

Dit gebied is het hartje van de Rioja. Zie ziet dan ook urenlang alleen maar wijnranken die vol met vrucht hangen. Vivami is een liefhebster van druiven en loopt ze dan ook regelmatig te kapen. De anderen zijn bang voor de besproeiingen en wagen zich er niet aan. Want dat er gesproeid is dat is duidelijk. Vivami is van een sterk ras maar dat kan beter met haar niet communiceren want dat wordt door haar onmiddellijk in verband gebracht met slavenhandel. Ofschoon je niet kan ontkennen dat bepaalde rassen bepaalde dingen beter kunnen dan andere. Kijk maar naar de druivensoorten waar men langs loopt, voornamelijk Trempanillo. Het weer was schitterend en het leek ook minder druk te zijn met het aantal pelgrims. Je ziet er althans minder voorbijkomen. Dat kan ook betekenen dat door gewenning de wandelsnelheid hoger is geworden. Onze vrienden kwamen een zwaar getatoeëerde man tegen die de tegenovergestelde richting op liep. Hij bleek uit Charleroi te zijn vertrokken en via Santiago naar Fatima te zijn geweest nu op weg was terug naar huis. Dat zijn de ware gemotiveerde pelgrims!

Louk camino 2Santo Domingo de Calzada is ook een erg aantrekkelijke stad. Het leuke verhaal over de haan en de kip in de kathedraal kent natuurlijk iedereen dus daarover gaan wij het nu niet hebben. Wel over het feit dat de vereniging die de herberg beheert ook verantwoordelijk is voor de dagelijkse verversing van haan en kip in die kathedraal. Dat komt er op neer dat in de tuin een aantal hanen en kippen zijn. Dat merk je pas de volgende ochtend. Jean dacht dat er Duitsers achter zaten en mompelde iets over pantzerbrigades. Verderop had zich een wanhopig geworden lesbisch koppeltje helemaal ineengestrengeld. Een overdosis haan wellicht?

Voor wij het vergeten is het nog even het vermelden waard dat de maaltijd werd genuttigd in een klasse restaurant. Het was uitmuntend! De dames zoals gewoonlijk, namen vis en de heren vlees. En een voortreffelijke wijn sierde het geheel.

Ruta Loukullus Dag 13.         Santo Domingo de Calzada – Belorado – 24 km.

De volgende morgen waren Jean en de dames eerder op dan gebruikelijk. De dames wilden een deel van hun bagage terugsturen en daarom eerder opgestaan. Jean riep tegen Louk dat ze elkaar bij de eerste bar aan de rechterkant zouden treffen. Toen Louk eindelijk klaar was ging hij op pad en keek uit naar de eerste de beste bar. Laat da nu toevallig de Parador zijn! Dat was speciaal zeg. Net toen hij wilde binnengaan riep Dominanta hem, ze zaten één bar verder. Dat was tevens een ijssalon en je kon er heel fijn ontbijten. Wat minder fijn was was de straatschoonmaakmachine. Een doos op wielen die rondrijdt, borstelt en water sproeit. Wellicht is de volgorde wat anders maar een ding is zeker, het maakt een oorverdovend lawaai. Dat is dan een gegeven, maar waarom moet dat ding vier keer in het smalle straatje op en neer gaan terwijl men aan het ontbijten is? Had het feit dat de juffrouw in de bar er zo leuk uitzag daar wat mee te maken? In deze streken is de mate van affectie vaak recht evenredig met geproduceerde geluidssterkte.

De dag bood schitterend weer. Alleen liep de Camino veel langs de straatweg. Daar wemelde het van langsrazende vrachtauto’s. Dat leidt erg af van de spirituele sereniteit. Tegelijk is het erg saai om steeds het zelfde te zien. Maar ja zo is het nu eenmaal. Ook werd de grens tussen Rioja en Castillia y Leon gepasseerd. Bij het plaatse Redecilla del Camino was een enorm golfgreen. Met een golfclub die claimt de beste van heel Spanje te zijn. In de omgeving daarvan stonden veel prachtige appartementen en eengezinswoningen. Echt mooi en goed gebouwd. Daarvan was maar een beetje bewoond en de rest zeg maar 90 % stond te koop. Dat was echt een debakel en triest om te zien. De enige ontspanning die je er had was golfen. Tja, en er is meer tussen hemel en aarde dan golfballen alleen.

Onderweg naar Belorado werd heel veel reclame gemaakt voor diverse herbergen en pensions. De een nog mooier dan de andere. Kennelijk was ook hier woonruimte in overschot. Onze vrienden kozen voor a-> Santiago. Er was alles op en aan. Een bar, restaurant, waslokaal, ruime comfortabele kamers, kortom perfect. De dames hadden zich een privé ruimte aangeschaft en de heren sliepen samen alleen op een achtpersoonskamer.

Na het opknappen zaten Jean en Louk samen wat te evalueren bij een frisse pils. Jean had zijn vrouw gebeld en Louk hoorde kwalificaties als heksen en taarten toen Jean het had over onze dames. Maria is heel kordaat en zij zei gelijk, wegwezen ermee! Vervolgens wilde Jean weten wat Louk zou doen als hij terug naar huis zou gaan. Louk vond dat hij de Camino zou willen blijven vervolgen. Zonder Jean zou dat jammer zijn maar dan zou hij zich wel kunnen losmaken van Dominanta en Vivami. Jean besloot toen om te blijven. En zo geschiedde.

Jean stelde toen voor om de volgende dag naar Burgos te gaan en daar een dag te blijven om vervolgens de gehele Meseta tussen Burgos en Leon met een huurauto te doen. Zijn beslissend argument was dat de Meseta oersaai is omdat er geen bergen zijn en je kilometers veruit kon kijken. Ieder stemde daar mee in.

Ruta Loukullus Dag 14.         Belorado – Burgos.

In de eetzaal bij het ontbijt zag Louk een overheerlijke bocadillo met omelet liggen. Dat zou een leuke afwisseling zijn op het standaard ontbijt van tostado’s met jam. Hij zei dat hij dat zou gaan bestellen en ging in de rij staan bij de balie. Net toen hij aan de beurt was begon Dominanta geweldig lawaai te maken en trok zo de aandacht van de bedienende juffrouw. Dominanta kaapte op deze wijze de twee enige met omelet belegde bocadillo’s voor Louk zijn neus weg. Hij was not amused.

Uit noodzaak nam hij een verlepte bocadillo met jamon. Het was niet vers en ook niet lekker. Het noodlot wilde echter dat deze gebeurtenis aanzienlijke gevolgen zou blijken te hebben. Daarover later meer.

Met de bus gingen zij naar Burgos wat een schitterende stad is met een unieke gotische kathedraal. Maar dat weten de lezers natuurlijk al. Ze gingen op zoek naar een hotel en dat lukte midden in het centrum bij, hoe kan het ook anders bij hotel España. De vriendelijke man aan de balie gaf eerst de dames de sleutel van de kamer en die gingen er gelijk met de lift vandoor. Omhoog dus. Toen de lift terug was konden Jean en Louk naar hun kamer vertrekken.

Je moet weten dat er op geen enkele wijze aan is gedacht of overwogen om een andere kamer c.q. slaapverdeling te doen dan de onderhavige.

Toen Jean en Louk hun kamer bereikte waren zij verbaasd en verheugd over de omvang en de luxe ervan. Dat was niet verkeerd. Totdat Dominanta verscheen, binnentrad en rondkeek en deze woorden uitsprak: “on change!”. Louk werd bleek en zei onmiddellijk “non, pas de chemin”, hetgeen een ongelukkige vertaling was van “no way!”. Jean was ook bleek, niet duidelijk was het of dat door Dominanta kwam of door Louk’s magere Frans. Hij verzocht Louk om toegeeflijkheid om inderdaad de kamers te ruilen. Louk ruilde de sleutel terwijl het dominante creatuur vriendelijk “merci” lispelde.

Louk biechtte aan Jean dat hij terug zou gaan om allebei te wurgen. Dat is niet in de geest van een pelgrim op de Camino meende Jean. Volgens Louk zou het Caribische gebied er mee gediend zijn. Maar Jean, mondiaal als hij is, zei dat het aldaar een druppel op een gloeiende plaat zou betekenen. Daardoor nam de gloed van Louk af en beiden spraken af te gaan lunchen zonder de vrouwspersonen. Zij veinsden tegenover de dames geen honger te hebben en daarom gingen de dames zonder hen de stad in.

Omdat het intussen hoog tijd was om eens een wasje te doen en weer in behoorlijke geuren te verkeren vroegen zij waar de wasserij was aan de vriendelijke receptie-medewerker. Daarbij gebruikte Jean het werkwoord limpiar terwijl hij ook naar een lavandoria had kunnen vragen. De man gaf het adres, ongeveer tien minuten lopen van het hotel. Daar aangekomen bleek het een stomerij te betreffen. De mevrouw zei dat er bij een groot winkelcentrum op bijna drie kwartier lopen wel een wasserij was. Dat konden onze vrienden niet geloven. In een stad met meer dan 200.000 inwoners en de oudste universiteit van West Europa. Zij gingen terug naar het hotel waar de man het bericht bevestigde. Het hotel had zelf geen wasservice!!. Nog konden zij het niet geloven en daarom belde Louk naar de toeristenservice. Het verhaal klopte wel degelijk. Ook hier werd naar het winkelcentrum verwezen. Ten einde raad besloten onze vrienden met een taxi naar dat centrum te gaan om vervolgens de was weer met een taxi op te halen. Hun toch al gehavend humeur werd verder aangetast. Maar dat had ook weer een gunstig gevolg. Als geslagen honden liepen zij door het hotel en kwamen toevallig een kamermeisje tegen. Hun geslagen houding wekte erbarmen en toen Jean een en ander uitlegde wilde het meisje aan haar chef vragen of voor deze stumpers geen uitzondering kon worden gemaakt. Dat mocht!. De was zou in de avond worden bezorgd op de kamer. Ze moesten wel accepteren dat hun was tussen de lakens en dergelijke van het hotel industrieel zou meedraaien. Helemaal toppie.

Toen gingen zij op een terrasje zitten Morcilla de Burgos eten. Dat is een lokale specialiteit. Bloedworst rijk gevuld met rijst en specerijen. Het kon ze geen barst schelen of de dames langs zouden komen om vast te stellen dat ze toch trek bleken te hebben. In eten wel te verstaan.

Intussen was een huurauto telefonisch gereserveerd en alles was klaar voor de volgende dag. Behoudens de was dan. Aan het eind van de middag was deze nog niet terugbezorgd. Na het avondeten ook nog niet. Pas na het ontbijt vonden de heren hun spullen keurig en fris terug. De neergelegde royale vergoeding was onder dank meegenomen. Wat een opluchting.

Ruta Loukullus Dag 15.         Burgos – Leon.

De Meseta was door Jean aangeduid als een vlak gebied gelijk Nederland. Maar volgens Louk is dat helemaal niet zo. Het lijk veel meer op Zuid Limburg. En dus heel aantrekkelijk. Hij kreeg wroeging over de onbezonnen instemming met dit plan. Intussen was het eten van de ongelukkige bocadillo con jamon niet zonder gevolgen gebleven. Het is onnodig om daarover in details te treden, maar een inlevende lezer zou zeker begrijpen wat er gaande was. Naast de wroeging werd Louk steeds naarder en bijgevolg zwijgzamer. Wellicht een verademing voor zijn gezelschap.

Ze bezochten onderweg verschillende steden en zagen onderweg honderden pelgrims in de warmte zwoegen. Op deze wijze overbrugden zij een afstand van ongeveer negen dagen wandelen.

Bij een ruïne van het klooster San Anton had een bijdehandje plastic zeilen gespannen voor een ruimte in de ruïne en daarin stonden stapelbedden voor twaalf personen. Er liepen wat fietsende Spanjaarden rond en enkel lopers van onbekende herkomst. In een andere open nis stond een hoogblonde schoonheid welwillend naar de pelgrims te kijken. Louk vond het wel leuk om contact te leggen en vroeg langs de neus weg of zij soms de hopitalera was. En dat was ook zo. Er ontstond een heel goed en persoonlijk gesprek. Ze was Duits en kwam uit Berlijn maar ze woonde en werkte in Madrid. Ze was niet alleen mooi maar ook aardig en intelligent. Men zegt dat dat laatste bij blondjes niet altijd voor de hand liggend is. Toen onze vrienden weer weggingen wist de hopitalera te zeggen dat ze graag gewild had dat Jean en Louk waren gebleven om elkaar beter te leren kennen. Zij bedoelde daarmee niet dat Jean en Louk elkaar daardoor beter zouden leren kennen. Het was hartverscheurend om van de fee weer terug te moeten keren naar de Carabianen.

In Leon brandde op een terras een discussie los over slavenhandel en Poolse arbeiders. Volgens Jean waren de voormalige slaven van nature lui en daarom huurde men op de eilanden Poolse mensen in die wél goed konden werken. Volgens Dominanta droeg dat bij dat er steeds meer blanken op de eilanden kwamen en dat vond zij hoogst ongewenst.

Louk liep onthutst weg en regelde dit keer zonder Jean een hostal voor die nacht.

Hij had behoefte aan een bed, hij was ziek geworden. Die avond ging hij niet mee eten en knabbelde op wat toastjes die hij als noodrantsoen mee placht te dragen. Het blikje met sardines in olie liet hij om voor de hand liggende redenen ongemoeid. Die nacht was spookachtig. Alsof Louk zich aan het voorbereiden was voor een colloscopie. Een goed verstaander begrijpt wat ik bedoel.

Nu was het plan als volgt. De auto was terugbezorgd en men zou met de bus naar Astorga gaan om vandaar af alles lopend naar Santiago te gaan doen. Louk moest zich daarvoor afmelden om één of twee dagen bij te komen en de groep daarna te volgen. Bij het autobusstation zwaaide hij hen uit in de verwachting elkaar weer te zien.

Helaas het vuur was verdwenen en hij had geen zin meer te lopen op een stuk dat hij als eens gelopen had En dan nog met twee dames die op zijn zachtst gezegd, hem totaal niet konden inspireren.. Na overleg met het thuisfront, want daar moest hij wel welkom zijn, kocht hij kaartjes voor de terugreis. Hij informeerde Jean per mobiel. Jean vond dat erg jammer maar hij begreep het wel. Hij vertrouwde Louk toe dat hij zou proberen om ook op niet al te lange termijn op diplomatieke wijze het zelfde te gaan doen.

Ruta Loukullus Dag 16.         Leon – Leon.

Deze dag laag tussen het vertrek van Jean en de dames en het vertrek van Louk naar huis. Leon is een boeiende stad en er valt veel moois en interessants te zien. Louk gebruikte die dag on foto’s te maken om zich geestelijk voor te bereiden op zijn terugreis.

Ruta Loukullus Dag 17 en 18.        Leon – Delft.

In de trein van Leon tot Hendaye heeft hij de zes uren durende reis gezellig zitten keuvelen met een Belgische die per fiets van Leuven naar Santiago was gegaan. Zij heet Ruth en had in een viertal jaren tijd twee mannen verloren aan kanker. Dat had een hele impact, ze wilde geen partner meer. Dat was voor Louk voldoende geruststellend om in te gaan op haar uitnodiging in Hendaye een aantal pilsjes te gaan drinken Wat was Ruth blij dat haar queeste voorbij was. Zij was terecht trots op haar prestatie. Louk was ten dele blij dat het voorbij was. Maar het had anders moeten gaan en hij zint nu al op plannen dat wat niet goed ging, volgend jaar opnieuw respectievelijk alsnog te gaan doen.

Wij zullen er nog van horen.

Ultreya.

Louk camino

Terug

Copyright©Louk van Riet